In juli 2020 deed het Gerechtshof Den Haag een uitspraak die voor de hele Nederlandse schade-praktijk relevant is. Achmea — een van de grootste schadeverzekeraars van Nederland — werd verboden om aanvullende eisen te stellen aan de contra-expert die haar verzekerden inschakelen. Concreet: de eis dat zo’n expert ingeschreven moest zijn bij het NIVRE-register werd door het Hof onrechtmatig bevonden.
Het was een uitspraak die niet in een vacuum kwam. Krantz & Polak — meer specifiek de procedure die door Eric Horssius werd geëntameerd — had Achmea aansprakelijk gesteld omdat de verzekeraar via haar polisvoorwaarden en haar praktijk verzekerden feitelijk dwong om uitsluitend met NIVRE-geregistreerde experts te werken. Daarmee werd het wettelijk recht op vrije keuze van een eigen expert in de praktijk uitgehold.
Wat speelde er
Op grond van het Burgerlijk Wetboek heeft een verzekerde het recht om bij schade een eigen, onafhankelijke expert in te schakelen. De redelijke kosten daarvan komen voor rekening van de verzekeraar — dat is geen gunst, dat is een wettelijke verplichting (artikel 7:959 BW). Die regel is een belangrijke evenwichtsbepaling: een verzekeraar bepaalt anders zelf wat redelijk is, terwijl het de verzekerde is wiens belangen behartigd moeten worden.
In de praktijk werd dat recht door grote verzekeraars op verschillende manieren beperkt. Een gangbare beperking was de eis dat de contra-expert lid moest zijn van een bepaald register — meestal NIVRE. Op zichzelf is registratie geen schande, maar het betreffende register is privaat en niet wettelijk verplicht. Een verzekeraar die NIVRE-registratie eist, beperkt feitelijk welke deskundigen een verzekerde mag kiezen.
Krantz & Polak — bureau zonder NIVRE-registratie maar met aantoonbare deskundigheid — werd door Achmea structureel niet als contra-expert geaccepteerd. Daarmee werden verzekerden die met dit bureau wilden werken, ofwel gedwongen een andere expert te kiezen, ofwel met onverhaalbare kosten te blijven zitten.
Wat oordeelde het Hof
Het Gerechtshof Den Haag oordeelde — bevestigend op een eerdere rechtbank-uitspraak — dat Achmea deze NIVRE-eis niet langer mocht stellen. De redenering laat zich als volgt samenvatten:
- Het wettelijk recht is leidend. Artikel 7:959 BW geeft de verzekerde recht op redelijke expertisekosten. De wet zegt niets over het register waar die expert in moet staan; de wet stelt slechts dat de expert redelijkerwijs ingeschakeld moet zijn en dat de kosten redelijk moeten zijn.
- Een register-eis is een beperking van de keuzevrijheid. Door een NIVRE-registratie te eisen, beperkt de verzekeraar het aantal deskundigen waaruit een verzekerde kan kiezen, zonder dat de wet daarvoor grondslag biedt.
- Deskundigheid laat zich op meer manieren bewijzen dan via één register. Een contra-expert die aantoonbaar deskundig is, op grond van opleiding, ervaring, certificeringen en eerdere werkzaamheden, hoeft niet ook nog in een specifiek register te staan. Het register is een proxy voor deskundigheid, niet dé maatstaf.
- De verzekeraar kan haar onrust over kwaliteit op andere manieren adresseren. Achmea voerde aan dat zij met de NIVRE-eis kwaliteit wilde borgen. Het Hof oordeelde dat het wettelijke kader (redelijke kosten, redelijke inzet) daarvoor toereikend is — en dat een toetsing achteraf op redelijkheid mogelijk blijft.
Achmea werd veroordeeld om haar handelwijze aan te passen en mocht de NIVRE-eis niet meer als drempel opwerpen.
Waarom deze uitspraak ertoe doet
De Hof-uitspraak heeft drie blijvende effecten voor verzekerden in Nederland.
1. Vrije keuze van expert is een hard recht
Bent u verzekerd en heeft u schade, dan heeft u het recht om uw eigen contra-expert in te schakelen — wie dat is, bepaalt u. De verzekeraar mag eisen stellen aan de redelijkheid van de kosten, maar niet aan de keuze van de persoon. Sommige verzekeraars verwijzen in hun polisvoorwaarden of in hun communicatie nog steeds naar een “geregistreerd” expert. Op grond van deze uitspraak houdt zo’n eis vaak geen stand — laat staan dat zij grond is voor het weigeren van vergoeding van uw expertisekosten.
2. Deskundigheid is breder dan één register
In Nederland bestaan meerdere wegen om aan te tonen dat iemand contra-expert is op behoorlijk niveau: vakopleidingen, internationale certificeringen (bijvoorbeeld voor brandonderzoek), jarenlange aantoonbare ervaring in vergelijkbare dossiers, en publicaties in de vakliteratuur. Een register is één van die wegen, niet de enige.
3. Verzekeraars dragen de redelijke expertisekosten
Dat is geen marketing-claim van een contra-expertbureau; dat is wet en bevestigd door het Hof. Wanneer u ons inschakelt, brengen wij onze redelijke kosten in rekening bij uw verzekeraar — bovenop uw schadebedrag. Discussies over wat “redelijk” is, kunnen er zijn, maar dat is iets anders dan een principiële weigering.
Wat moet u doen als uw verzekeraar dit recht beperkt
Komt u tegen een verzekeraar aan die NIVRE-registratie of vergelijkbare register-eisen stelt aan uw contra-expert, dan zijn er drie stappen die u kunt zetten.
- Vraag schriftelijke onderbouwing op. Op welke polisbepaling baseert de verzekeraar deze eis, en hoe verhoudt die zich tot het Burgerlijk Wetboek en de uitspraak Hof Den Haag 2020?
- Verwijs naar de uitspraak. De Hof-uitspraak is openbaar en wordt regelmatig aangehaald in vergelijkbare zaken. Een verzekeraar die zich daar niet aan houdt, opent zichzelf op voor procedurele kritiek bij Kifid of de rechter.
- Schakel ondersteuning in. Wij hebben deze discussie vele malen gevoerd, en kennen de standaardverweren die verzekeraars hier opwerpen. Bel +31 30 662 2424.
Tot slot
Een uitspraak als deze illustreert hoe belangrijk juridische precedenten zijn voor de positie van de gewone verzekerde. Zonder zo’n uitspraak hadden grote verzekeraars hun praktijk kunnen voortzetten — niet omdat de wet hen gelijk gaf, maar omdat de meeste verzekerden niet de middelen of het uithoudingsvermogen hebben om jarenlang te procederen.
De rol die Krantz & Polak hier heeft gespeeld, was er niet een van eigenbelang alleen. De uitspraak werkt door voor élke verzekerde in Nederland die behoefte heeft aan een eigen, onafhankelijke contra-expert.