Wat er nu gebeurt — en waarom rust het belangrijkst is
Een vermoeden van opzettelijke brandstichting verandert alles. U bent niet alleen slachtoffer van een brand — u krijgt ook een verdenking aangereikt die uw uitkering, uw polis en in ernstige gevallen uw vrijheid raakt. Het is voor de meeste mensen een situatie waarin emotie en juridische werkelijkheid hard botsen.
Ons werk begint met rust. Met u in gesprek gaan, het dossier op tafel leggen, ordenen wat feitelijk vaststaat, en bepalen welke stappen nu prioriteit hebben. Dat is geen formaliteit — uit ervaring weten we dat ondoordachte acties in de eerste dagen onnodig veel kapot kunnen maken.
Twee sporen die tegelijk lopen
Het civielrechtelijke spoor (verzekeraar)
Hier gaat het om uw polis. De verzekeraar zal — om uitkering te weigeren of fraude in te roepen — moeten aantonen dat er sprake is van opzet. De civiele bewijslast is lager dan in het strafrecht, maar wel reëel: een vermoeden alleen is niet genoeg, vermoedens moeten worden onderbouwd met technisch onderzoek en bewijs. Op dit spoor werken wij als contra-expert: wij beoordelen het verzekeraarsrapport, doen eigen technisch onderzoek en voeren de inhoudelijke dialoog met de verzekeraar.
Het strafrechtelijke spoor (politie en OM)
Heeft de politie u als verdachte gehoord, of loopt er een strafrechtelijk onderzoek? Dan is er een advocaat strafrecht nodig — die rol vervullen wij niet. Wel werken wij vaak parallel aan die advocaat, omdat het technische brandonderzoek beide sporen raakt. Een sterk onafhankelijk onderzoek is bruikbaar in zowel het civiele als het strafrechtelijke traject.
Hoe weerleggen wij ten onrechte vermoedens
Methodische ontleding van het verzekeraarsrapport
Veel beschuldigingen rusten op een rapport waarin de conclusie “vermoedelijk brandstichting” wordt getrokken op basis van indicatoren die bij nader onderzoek niet houdbaar blijken. Klassieke voorbeelden: meerdere brandhaarden die in werkelijkheid één verloop hebben, vlekken op de vloer die als brandbare vloeistof worden geduid maar even goed door smeltend plastic kunnen zijn ontstaan, of brandpatronen op deurkozijnen die volgens moderne NFPA-inzichten geen indicator zijn van opzettelijk handelen.
Wij toetsen elk van die indicatoren aan de actuele wetenschappelijke literatuur en aan NFPA 921. Wanneer een indicator niet stand houdt, valt de onderbouwing van het rapport stuk voor stuk uit elkaar.
Eigen technisch onderzoek op locatie
Waar dat nog mogelijk is, doen wij eigen onderzoek op de brandplaats. We brengen brandverloop in kaart, leggen elektrische installaties onder de loep, sporen mogelijke technische oorzaken op (oude installaties, defecte apparatuur, oververhitting) en documenteren alles methodisch.
Aandacht voor alternatieve oorzaken
NFPA 921 schrijft voor dat een conclusie pas mogelijk is wanneer alle redelijke alternatieven gemotiveerd zijn uitgesloten. Veel verzekeraarsrapporten doen dit niet — zij komen direct uit op “opzet” zonder bijvoorbeeld een grondige analyse van elektra of zelfontbranding. Wij leveren die analyse alsnog.
Gespreksvoering met de verzekeraar
Wanneer u verder met de onderzoeker of verzekeraar moet praten, bereiden wij u daarop voor en — waar dat verantwoord is — voeren wij zulke gesprekken namens u. Daarmee voorkomt u dat een ondoordachte uitspraak in een hoor-gesprek later tegen u wordt gebruikt.
Wanneer schakelt u ons in
Zodra u het vermoeden uitgesproken hoort — of het nu door de onderzoeker, de schadebehandelaar of de politie komt. Wacht niet tot u een afwijzingsbrief krijgt. Hoe eerder wij in het dossier zitten, hoe sterker uw positie en hoe meer materiaal we technisch kunnen onderbouwen.
Bel +31 30 662 2424. Wij beoordelen vrijblijvend of een tegen-onderzoek aangewezen is, en welke stappen u nu het eerst moet zetten.